Naar Semarang, Hotel Pandanaran

De heenreis viel mij vies tegen. Met name het tweede gedeelte van de eerste vlucht van Amsterdam naar Taipei. Ver reizen met jonge kinderen is zeker vermoeiender dan alleen reizen. En dan heb ik het niet eens zo zeer over onze eigen kinderen, maar voor ons zat een Chinees (toeval of niet) leeftijdsgenootje van Ajanna die constant zijn of haar loopneus over onze beeldschermpjes heen liet leeglopen, met zijn of haar vette en besnotte handjes onze tv-schermpjes besmeurde en met haar geschreeuw ons constant wakker hield.

Weerzien familie (8)

Religie is in Indonesië zeer belangrijk. De grondwet garandeert vrijheid van godsdienst mits er een oppergod aan te wijzen is. De islam, het christendom en zelfs het hindoeïsme zijn erkend door de staat. Negentig procent van Indonesië is moslim waarmee Indonesië de grootste moslimnatie van de wereld is. En dat is goed te merken, want hoewel Kerst één nationale vakantiedag (Tweede Kerstdag kent Indonesië al helemaal niet) wordt er eigenlijk geen aandacht aan besteed.

Thuis in Godong

Wat een vreemd gevoel om weer ‘thuis’ te zijn. Althans, zo voelde het wel een beetje toen ik de Terima Kost binnentrad. We hadden dezelfde kamer als waar ik de vorige keer zat. Mijn tweelingbroer Mark verbleef er anderhalve maand geleden ook. Blijkbaar was de kamer daarna niet weer verhuurd, want in ‘kamar kecil’ (kleine kamer, of te wel: wc) kwamen we zijn fles shampoo en nog twee sponzen van hem tegen.