Weer bij de familie

Iets voor zessen werd ik vanochtend wakker. Ik was me net aan het bedenken wat ik zou gaan ontbijten, toen ik van Ratna een whatsappberichtje kreeg: “Abi is on his way to bring food.” Op zich wel makkelijk, maar ik was ook wel een beetje bang voor het voedsel van de familie: om de één of andere reden gaat het na het eten van hun voedsel darmflora technisch vaak mis. Alvorens ik echter iets terug kon appen, stond Abi al voor deur. Het eten werd in een heel mannelijk tasje gebracht: soep, met rijst, kroeppoek en tempeh (een traditioneel Indonesische vleesvervanger van sojabonen: de bonen worden na het weken en koken behandeld met de schimmel Rhizopus Oligosporus). Na het ontbijt sprong ik bij Ratna achter op de motor en reden we naar de pinautomaten bij SPBU Godong: de bezinepomp waarachter de meeste familieleden wonen. Dit benzinestation was verantwoordelijk voor de brand op 23 december 2022 waarbij het hele huisje van Ibu (toen nog half van hardboard) afbrandde (zie https://tim.dondorp.nl/brand-pomp-benzine-godong). Na deze brand is Ibu’s huis vanaf de grond af aan helemaal opnieuw opgebouwd, waarna het dienst doet als ontmoetingsplek voor de familie. Er dreigt nu echter een nieuwe ramp: als er niets gebeurt dreigt het nieuwe huis te verzakken. Ibu’s huis staat namelijk aan het water waar ook het afvalwater van SPBU naar toe loopt (destijds was dat ook de oorzaak van de brand: via dat water werd illegaal benzine-afval geloosd). Er is eigenlijk maar één structurele oplossing om het huis te behouden: de installatie van een waterpomp om het waterhuishouden te reguleren. Dit moet echter 7.000.000 IDR (omgerekend ongeveer 375 euro) kosten. Voor de familie is dat een astronomisch groot bedrag als je bedenkt dat het dagloon op de kampong ongeveer ongeveer € 7,50 bedraagt. Daarom hadden Emelie en ik bedacht dat wij de familie deze waterpomp en de installatie ervan cadeau zouden geven. Hoe mooi is het ook dat zowel Emelie haar familie in Zweden als mijn ouders in Nederland ook willen bijdragen aan dit cadeau. Dat gaat helemaal goedkomen: als het op familieleden aankomt, is er geen gebrek! Op mijn verzoek had Ratna bij het bedrijf dat de waterpomg gaat installeren geïnformeerd of we het geld konden overmaken. Dit bleek niet het geval: de installateur had aangegeven dit bedrag contant te willen ontvangen. Omdat ik inmiddels wel gewend ben dat zo’n beetje alles hier op de kampong anders gaat dan in Nederland, kijk ik nergens meer van op. Zo komt het dus dat Ratna en ik bij één van de twee ATM’s (pinautomaten) stonden bij het benzinestation. Ik vroeg of Ratna mee wilde het hokje in en wel om twee redenen: de ATM deed alleen aan Bahasa Indonesia en, zo hield ik haar voor, bij afwezigheid van mijn absolute eerste keus broer Aris Purnomo had ik haar nodig als bodyguard. Straks zou ik immers met meer dan een maandsalaris over de kampong ‘omrinne’ (excuus, is weer iets Fries’). De eerste ATM schrok zo erg toen ik aangaf dat ik 7 juta (miljoen) wilde pinnen, dat hij zich direct verslikte en mijn pinpas uitspuugde. Bij de andere ATM hadden we meer geluk, hoewel we wel maar 1 juta per keer tegelijk konden pinnen. Zeven volledige pinsessies en dus 10 minuten later, stonden we met heel veel geld buiten. Inmiddels was er een dikke rij wachtenden ontstaan, dus wat ongemakkelijk en vanaf nu telkens om onze schouder heen kijkend reden we naar de kampong voor een gezellig samenzijn van Nuryati, Rina, ikzelf Nurul en Ratna (weliswaar gingen en kwamen er familieleden in een andere volgorde, maar de Javaanse traditie schrijft nu eenmaal voor dat de namen in volgorde van oud naar jong worden genoemd). Het weerzien met de familie was oud en vertrouwd. Eigenlijk was er weinig tot niets veranderd. Er werd veel gepraat, veel gelachen en zoals eigenlijk altijd wel het geval is veel ‘dimakan’ (gegeten). Toch kreeg het gesprek een serieuzere wending. Familieleden spraken uit erg naar de komst van Emelie uit te kijken. Al maanden draait alles bij de familie om haar komst en ook nu weer kwam Emelie bijzonder vaak ter sprake. Ik schaam me om het te bekennen, maar ik merkte dat dat me wat dwars zat al weet ik niet precies waarom. Misschien is het wel, omdat ik merkte dat mijn eigen komst voor de familie niet zo spannend meer is en dat nu alle prioriteit bij Emelie ligt. Heel eerlijk gezegd kan ik dat de familie niet eens kwalijk nemen: ik ben inmiddels al zo ‘eigen’ hier. Bovendien vind ik het zelf ook ontzettend spannend dat Emelie straks naar Godong komt, al is het omdat ik vanaf het moment dat zij en haar gezelschap straks landen in Semarang tot ze weer terugvliegen naar Bali alle overnachtingen, het benodigde transport, een talk en het programma van wat we waar en wanneer gaan doen heb geregeld. Zal straks alles wel naar wens verlopen? De familie maakt zich blijkbaar vergelijkbare zorgen: op de kampong is geen luxe, geen van de familieleden hebben thuis een Westers toilet, bij een enkel familielid na zijn er geen airco’s en er is onvoldoende tot geen meubilair beschikbaar. Waarom is Emelie nu in Bali en niet net als ik in Godong, waarom slapen wij straks in Purwodadi? “Wat denk je…,” zo vroeg een uiterst bezorgde familie aan mij, “…Zijn wij wel goed genoeg voor Emelie?” Heri Setiono

Geplaatst door Godong Indonesie op Maandag 9 juni 2025